Belastingrente verlaagd nav Hoge Raad
- 20 mrt
- 3 minuten om te lezen
De hoogte van de belastingrente heeft geruime tijd ter discussie gestaan. Inmiddels heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over de belastingrente bij de vennootschapsbelasting (Vpb). Naar aanleiding daarvan is er door de Belastingdienst collectief uitspraak gedaan op bezwaren die zijn ingediend via de massaalbezwaarprocedure. Dit heeft gevolgen voor de belastingrente bij vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting en andere belastingen. Graag brengen wij u door middel van het onderstaande op de hoogte van de huidige stand van zaken.
Kort samengevat
Samengevat komt de huidige stand van zaken op het volgende neer:
Vennootschapsbelasting (Vpb):
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de belastingrente voor de Vpb te hoog is geweest. Wanneer er (tijdig) bezwaar is gemaakt of een aanslag in een specifieke periode valt, kan er belastingrente terugontvangen worden.
Inkomstenbelasting (IB) en overige belastingen:
Voor deze belastingen heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de belastingrente niet onrechtmatig is. De ingediende bezwaren zijn daarom afgewezen.
Hieronder wordt dit verder toegelicht.
Algemeen
De Hoge Raad oordeelde op 16 januari 2026 dat de verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) naar 8% onverbindend is vanwege strijd met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Dit betekent kort gezegd dat er naar het oordeel van de Hoge Raad geen goede rechtvaardiging is om voor de Vpb een hogere belastingrente te berekenen dan voor andere belastingen. De Hoge Raad oordeelde dat de belastingrente voor de Vpb moet worden vastgesteld op het percentage dat voor de overige belastingen geldt.
Vanaf 2022 gelden de volgende percentages aan te betalen belastingrente:
Periode | Vpb | Overige belastingen (waaronder IB) |
1-1-2022 t/m 30-06-2023 | 8% | 4% |
1-7-2023 t/m 31-12-2023 | 8% | 6% |
1-1-2024 t/m 31-12-2024 | 10% | 7,5% |
1-1-2025 t/m 31-12-2025 | 9% | 6,5% |
Vanaf 1-1-2026 | 7,5% | 5% |
Gevolgen belastingrente Vpb
Door middel van zijn besluit van 7 februari 2025 gaf de staatssecretaris van Financiën een aanwijzing massaal bezwaar voor bezwaren tegen de belastingrente voor de Vpb en een klein aantal andere belastingmiddelen. Op 25 februari 2026 verklaarde de inspecteur in een collectieve uitspraak op bezwaar alle bezwaren uit deze massaal bezwaarprocedure gegrond. Dit betekent het volgende:
Alle bezwaren uit deze massaal bezwaarprocedure ontvangen binnen 6 maanden van de Belastingdienst een vermindering met een aangepast bedrag aan belastingrente.
Te hoge belastingrentepercentages op aanslagen Vpb met een dagtekening van 17 januari 2026 tot en met 7 februari 2026 worden door de Belastingdienst automatisch hersteld.
Heeft de aanslag Vpb met een te hoog belastingrentepercentage een dagtekening van 5 december 2025 tot en 16 januari 2026, dan is het nodig om bezwaar dan wel een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen om de belastingrente te verlagen.
Voor aanslagen Vpb met een dagtekening vóór 5 december 2025, waartegen niet tijdig bezwaar is gemaakt, is het niet mogelijk om met een verzoek om ambtshalve vermindering de belastingrente te verlagen. De Belastingdienst wijst deze verzoeken af.
Gevolgen belastingrente IB en overige belastingen
De Hoge Raad gaf in het arrest ook nog mee dat de belastingrente voor overige belastingen (waaronder de IB) niet in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel.
Bij besluit van 16 april 2025 gaf de staatssecretaris van Financiën een aanwijzing massaal bezwaar voor bezwaren tegen de belastingrente voor de IB en andere belastingmiddelen. Op 25 februari 2026 verklaarde de inspecteur in een collectieve uitspraak op bezwaar alle bezwaren uit deze massaal bezwaarprocedure ongegrond.
Vragen
Meer weten? Neem contact op met Jeroen Klerkx via jeroen@lexfiscalisten.nl, of algemeen via info@lexfiscalisten.nl.

Opmerkingen