top of page

Herzieningsregeling BCF uitgebreid naar investeringsdiensten per 1 april 2026

  • 16 mrt
  • 1 minuten om te lezen

Op 13 maart 2026 (Staatscourant 2026, nr. 9831) is de regeling gepubliceerd, waarmee de Uitvoeringsregeling BTW‑compensatiefonds (hierna: UR BCF) wordt gewijzigd. De regeling treedt per 1 april 2026 in werking en introduceert binnen het BTW‑compensatiefonds (hierna: BCF) een herzieningstermijn van vijf jaar voor investeringsdiensten.


Deze aanpassing sluit aan op de wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) per 1 januari 2026, waarmee investeringsdiensten onder een btw‑herzieningsregeling vallen. Door de wijziging lopen de herzieningsregels van de Wet OB en het BCF weer synchroon.


Achtergrond

Sinds 1 januari 2026 gelden voor investeringsdiensten, diensten boven de drempel van artikel 13, eerste lid, onderdeel c, Uitvoeringsbeschikking OB (thans € 30.000), dezelfde herzieningsregels als voor investeringsgoederen. Zonder aanpassing van het BCF zou dit leiden tot situaties waarin wel btw moet worden herzien, maar geen compensatie, of andersom.

 

Wat verandert er?

Met de wijziging van 13 maart 2026 worden de artikelen 8 en 9 UR BCF aangepast:

  • De herzieningsregeling van vijf jaar geldt nu ook voor investeringsdiensten die via het BCF zijn gecompenseerd.

  • Gedurende de vier kalenderjaren na ingebruikneming wordt elk jaar 1/5 deel beoordeeld op basis van het werkelijke gebruik.

  • Bij levering binnen de termijn wordt de resterende compensatie in één keer herzien.

 

Gevolgen voor de praktijk

Gemeenten en provincies moeten voortaan niet alleen investeringsgoederen, maar ook investeringsdiensten gedurende vijf jaar blijven volgen. Hiermee wordt voorkomen dat btw‑ en BCF‑herzieningen uiteenlopen en financiële verschillen ontstaan.

 

Meer weten? U kunt hiervoor contact opnemen met Jessy Dictus (jd@lexfiscalisten.nl)/Mike Raafs (mr@lexfiscalisten.nl)/Vincent Hekker (vh@lexfiscalisten.nl).

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page