Geen aanvullende btw-teruggaaf voor verhuur complex aan maatschappelijke instellingen
- 30 jan
- 1 minuten om te lezen
Hof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat X BV niet aannemelijk maakt dat haar prestaties aan een buurthuis, stadswinkel, bibliotheek en muziekschool btw-belast zijn. Hierdoor bestaat geen recht op een aanvullende btw-teruggaaf.
Feiten en geschil
X BV is eigenaar van een verbouwd complex waarin diverse maatschappelijke voorzieningen zijn gevestigd. Met de gemeente sloot zij een btw-onbelaste casco-plus-huurovereenkomst voor € 175.000 per jaar. Later koos X BV voor Service Level Agreements (SLA’s) met de eindgebruikers, waarin een btw-belaste gebruikersvergoeding met bijkomende diensten werd overeengekomen. De gemeente garandeerde dezelfde opbrengst.X BV vroeg over het derde kwartaal 2017 een btw-teruggaaf van € 628.231,28, waarvan de inspecteur € 99.333 verleende. In hoger beroep ging het om de vraag of X BV recht heeft op een aanvullende teruggaaf.
Oordeel van het hof
Het hof oordeelt dat:
Elke ruimte afsluitbaar en specifiek ingericht is voor een bepaalde gebruiker.
X BV verleent daarmee het recht om (een deel van) het complex exclusief te gebruiken, wat kwalificeert als verhuur van onroerende zaken.
Er zijn geen aanvullende activiteiten die de normale verhuur te boven gaan.
De prestaties zijn dus vrijgesteld van btw. X BV heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van btw-belaste diensten. Het hoger beroep is ongegrond.
Praktische gevolgen
Bij verhuur van onroerende zaken aan maatschappelijke instellingen geldt in beginsel de btw-vrijstelling. Alleen wanneer aanvullende diensten worden verricht die verder gaan dan normale verhuur, kan sprake zijn van een btw-belaste prestatie. Ondernemers moeten dit goed onderbouwen om recht te hebben op aftrek of teruggaaf van btw.
Meer weten? Neem contact op met Jessy Dictus (jd@lexfiscalisten.nl), Mike Raafs (mr@lexfiscalisten.nl) of Vincent Hekker (vh@lexfiscalisten.nl)
Bron: Hof 's-Hertogenbosch, 28-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:184

Opmerkingen